Schenking

Hoeveel mag ik mijn kinderen belastingvrij schenken?

Wij zullen deze vraag alvast voor u beantwoorden. Voor het jaar 2009 mag u belastingvrij aan uw kinderen een bedrag van € 4.556,00 schenken. Voor kinderen tussen de 18 en 35 jaar geldt een eenmalig verhoogd vrijgesteld bedrag van € 22.760,00.

Schenken kunt u op verschillende manieren doen:

  • onderhands (dat wil zeggen: u geeft iemand geld en maakt daarvan geen notariële akte op)
  • bij notariële akte van schenking
  • door schuldigerkenning bij notariële akte (“schenking op papier”)
  • door kwijtschelding bij notariële akte

signature-389933_640

Wanneer u graag wilt schenken (bijvoorbeeld aan uw kinderen), maar niet genoeg contanten hebt om te schenken, of graag over uw contanten wilt blijven beschikken, is een schuldigerkenning misschien een oplossing. Door een bedrag schuldig te erkennen, ontstaat er een schuld aan de kinderen op papier. U kunt over de gelden blijven beschikken en – in hoofdregel – pas als u overlijdt, kunnen de kinderen de schuld opeisen. Let u er wel op dat u de rente over de schuld jaarlijks moet betalen aan de kinderen.

Kwijtschelding is ook een manier om te schenken. Wanneer iemand aan u een schuld heeft en u scheldt (een gedeelte van) die schuld kwijt, dan doet u een schenking.

Opstellen van een schenkingsplan

Wij helpen u graag bij het opstellen van een schenkingsplan, waarmee wellicht een groot bedrag aan successierecht bij overlijden bespaar kan worden, omdat u een groot deel van uw vermogen al voor uw overlijden en zonder belasting aan uw kinderen hebt geschonken.

Schuldigerkenning uit vrijgevigheid en rente?

Er zijn diverse vormen van vermogensoverdracht tijdens het leven van de ouders aan hun kinderen. Een ervan is het schenken van geld op papier. In deze variant hoeft niet in contanten te worden geschonken, aangezien het vermogen in een huis zit of wanneer de ouders hun geld nodig hebben om te voorzien in hun levensonderhoud.

Een dergelijke schenking op papier is het door de ouders schuldig erkennen van een geldsom aan hun kinderen, zodat de kinderen een vordering ter grootte van dat geldbedrag krijgen op hun ouders welke vordering eerst opeisbaar is bij het overlijden van de (langstlevende van de) ouders. Zo kan bij overlijden van de ouders het schuldig gebleven bedrag als schuld in mindering komen op het saldo van de nalatenschap. Over het (de) bedrag(en) van de schuldigerkenning hoeft dan geen successierecht te worden betaald.

Bij deze schuldigerkenning uit vrijgevigheid is het vanuit successierechtelijk oogpunt wel noodzakelijk dat de ouders een (vaste) rente vergoeden aan de kinderen, welke rente daadwerkelijk aan hen moet worden uitbetaald en dus niet kan worden bijgeschreven op de hoofdsom. Wordt geen rente betaald dan wordt het schuldig erkende bedrag fiscaal gezien als het hebben van het vruchtgebruik door de ouders welk vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de ouders. Op grond van een fictiebepaling in de successiewet wordt over het schuldig erkende bedrag in het geval dat sprake is van een vruchtgebruik gewoon successierecht geheven en is de hele constructie van vermogensoverdracht tijdens leven ter besparing van successierecht zinloos geweest.

Welk rentepercentage is van toepassing op deze schuldigerkenning uit vrijgevigheid?

In de successiewet is een regel opgenomen welke bepaalt dat voor de berekening van de waarde van een vruchtgebruik uitgegaan moet worden van fictief vastgestelde jaarlijkse inkomsten, die worden gesteld op 6% van het aan vruchtgebruik onderworpen vermogen. Dit percentage dient dus om de waarde van het vruchtgebruik te berekenen.

In de rechtspraak van de Hoge Raad is beslist dat een schuldenaar een recht van vruchtgebruik heeft verkregen indien de door hem verschuldigde rente minder bedraagt dan die 6%. In dat geval is sprake van een gift ter waarde van het volgens de waarderingsregels van de Successiewet plaatsgevonden vermogensverschuiving, welke wordt berekend op basis van het verschil tussen een rente van 6% en de overeengekomen rente. Met andere woorden als de schuldenaar een rente van 6% of meer verschuldigd is dan is sprake van een vruchtgebruik met een waarde van nihil.

Aan de andere kant wordt gesteld dat de marktrente maatgevend is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een vruchtgebruik.

Onlangs hebben diverse specialistenteams van de Belastingdienst inzake het schenkingsrecht een algemeen standpunt ingenomen inhoudende dat de bij de onderhavige schuldigerkenning uit vrijgevigheid tenminste 6% dient te bedragen wil het schuldig erkende bedrag buiten de heffing van successierecht blijven.
Met betrekking tot schuldigerkenningen uit vrijgevigheid is behoefte aan duidelijkheid, zeker als bij de betreffende eenheden van de Belastingdienst ten aanzien van de overeengekomen rente geen overheersende mening bestaat. Het belangrijkste doel bij schuldigerkenningen uit vrijgevigheid is immers belastingbesparing bij overlijden. Als achteraf mocht blijken dat op grond van een te laag rentepercentage over het schuldig erkende bedrag successierecht is verschuldigd is de hele transactie voor niets geweest.

Ter verkrijging van duidelijkheid in de rechtspraktijk – en in het bijzonder in het notariaat – hieromtrent is het van belang dat er een eenduidig standpunt van de staatssecretaris komt teneinde van de diverse meningen bij de Belastingdienst te komen tot een eenduidig systeem.

Als je 100% zeker wil zijn dat de schuldigerkenning uit vrijgevigheid het gewenste doel bereikt, te weten successiebesparing bij overlijden, verdient het aanbeveling om – zeker tot het moment dat de staatssecretaris in deze heeft gesproken – als rentepercentage terzake van de schuldigerkenning uit vrijgevigheid een percentage van 6% als uitgangspunt te nemen.